Nanopodium werkconferentie - terugblik

Nanopodium werkconferentie - terugblik

Datum: 27-28 May 2009
Lokatie: Hoevelaken

Op 27 en 28 mei organiseerde de Commissie Maatschappelijke Dialoog Nanotechnologie een werkconferentie met ongeveer twintig belanghebbenden. Tijdens de werkconferentie werden de deelnemers door de Commissie uitgenodigd om mee te denken over de vorm en inhoud van de publieke agenda. De publieke agenda zal op 29 september 2009, tijdens het Nanopodium evenement in Den Haag, gepresenteerd worden en zal een leidraad bieden voor een maatschappelijke dialoog over nanotechnologie.

Programma werkconferentie

27 mei 2009 | 18.00 - 21.00 uur

1. Introductie en kennismaking
2. “Vier manieren van dialoog voeren� door Wibo Koole en Hein Dijksterhuis
3a. Agenda voor de maatschappelijke dialoog over nanotechnologie:
“Nanotechnologie en de nieuwe technologische golf�
door Rinie van Est, Rathenau Instituut

28 mei 2009 | 9.00-17.00 uur

3b. Agenda voor de maatschappelijke dialoog over nanotechnologie (vervolg): “Nanotech debat: Waar moeten we beginnen?�
“Nanotech debat: Waar moeten we beginnen?�
door Maureen Butter, Platform Gezondheid & Milieu
“Duurzame, veilige en slimme nanomaterialen�
door Paul Borm, MagnaMedics Diagnostics BV
Presentatie van Dimmen Breem, NanoServices BV
Presentatie van Pieter van Broekhuizen, Nanocap project, FNV
4. Vorm van de dialoog en participatie:
“NanoSoc: Nanotechnologieën voor de maatschappij van morgen�
door Lieve Goorden, Universiteit Antwerpen
“Vier pijlers van maatschappelijke debat�
door Rinie van Est, Rathenau Instituut
5. Het gedroomde resultaat van de dialoog over twee jaar: Wandeling naar de toekomst
Groepsgesprek in 2011: Wat is er met de maatschappelijke dialoog in 2011 bereikt?
6. De eerste maatschappelijke dialoog nanotechnologie
Werkgroepen: thema’s per stakeholdergroep
“Fish Bowl�: “De eerste maatschappelijke dialoog nanotechnologie�

download verslag (118 KB)
download deelnemerslijst

Niet voor spek en bonen | impressies werkconferentie

Burgers moeten het gevoel hebben dat de maatschappelijke dialoog over nanotechnologie werkelijk iets oplevert. Als ze alleen voor spek en bonen meedoen, levert de dialoog alleen maar frustraties op. Een uitgebreid verslag van de werkconferentie is hier te vinden. Hier beperken we ons tot enkele impressies.

Gezondheidsrisico’s. Uit de inleidingen bleek dat het debat over nanotechnologie tot nu toe twee invalshoeken kent, die vaak door elkaar heen lopen. De ene invalshoek gaat over de mogelijke effecten van nanodeeltjes op de gezondheid van mens en milieu. Onderzoek laat zien dat fijn stof bijvoorbeeld uit de uitlaat van auto’s risico’s met zich meebrengt voor de gezondheid.
Er zijn aanwijzingen dat ook bewust geproduceerde nanodeeltjes schadelijk kunnen zijn.

Regelgeving. De maatschappelijke vragen die dat oproept zijn niet veel anders dan de maatschappelijke vragen rond het gebruik van gevaarlijke stoffen. Het probleem is wel dat er nog weinig bekend is van de giftigheid van dit soort deeltjes. Verschillende instanties zijn bezig met het ontwikkelen van regels voor het gebruik van nanodeeltjes, zowel op de werkvloer als in producten, maar dat schiet nog niet erg op. Een dilemma is wel dat al te strikte regels de ontwikkeling van nanotechnologie kan verlammen.

Technische golf. De tweede invalshoek in het debat heeft te maken met het feit dat nanotechnologie een veel grotere beweging in wetenschap en techniek zichtbaar maakt, waarbij nanotechnologie, biotechnologie, informatietechnologie en cognitieve technologie elkaars ontwikkeling stimuleren. Het samenkomen van verschillende disciplines leidt er toe dat technologieën die zich bezighouden met ‘dode’ materie (computers, robots) versmelten met technieken die werken met levend materiaal, zoals micro-organismen en genen.

Zorgen. De technologische ontwikkelingen bieden nieuwe mogelijkheden, maar ook nieuwe zorgen. Bijvoorbeeld over het gebruik van nanotechnologie in de voedselketen, over militaire toepassingen en over aantasting van de privacy. En wat te denken van technieken om mensen te ‘verbeteren’. Voor gehandicapten kan het een uitkomst zijn, maar vinden we het ook acceptabel voor sporters?

Omgaan met onzekerheden. Die zorgen vloeien voor een groot deel voort uit de onvoorspelbaarheid van technologische ontwikkelingen en het gevoelde gebrek aan stuurmogelijkheden. Dat leidt tot onzekerheid. Niet alleen bij burgers, maar ook bij overheid, bedrijfsleven en bij onderzoekers. Een belangrijke vraag in de maatschappelijke dialoog is dan ook hoe we omgaan met die onzekerheden.

Debat. Tijdens de werkconferentie werd ‘de eerste maatschappelijke dialoog’ op touw gezet. Een van de dingen die daaruit naar voren kwam was, zoals gezegd, dat burgers niet voor spek en bonen willen meedoen. Het moet duidelijk zijn dat de uitkomsten van de dialoog gevolgen hebben voor het beleid. Een andere uitkomst was dat de dialoog niet alleen moet gaan over de risico’s van nanotechnologie, maar dat ook morele vragen aan de orde moeten komen.

Sturing. Een belangrijk thema in het debat was wie de richting van de technologische ontwikkeling bepaalt. Is dat de markt van vraag en aanbod, waarbij de burger als consument alleen invloed kan uitoefenen door een product wel of niet te kopen? Of moet de overheid (meer) sturen via wet- en regelgeving? Of moet er gestuurd worden via het onderzoek, bijvoorbeeld door al in een vroeg stadium aandacht te vragen voor eventuele maatschappelijke en ethische aspecten?

Inleven. Een echt antwoord kwam er niet. Wel werd duidelijk dat de maatschappelijke dialoog gebaat is bij deelnemers die zich niet alleen bewust zijn van hun eigen rol, maar zich ook kunnen inleven in de rol van de andere partijen. Anders dreigt het gevaar van een dialoog tussen doven.