TNO onderzoekt risico’s nanotechnologie

Nanotechnologie biedt fenomenale mogelijkheden om grondstoffen en producten te verbeteren. Door deeltjes te ontwikkelen met een heel specifieke samenstelling, vorm of lading kan een vrijwel onbeperkte reeks eigenschappen worden verkregen. Hierbij kunt u denken aan vuilafstotende of antimicrobiële oppervlakken, aan extreem resistente materialen of aan coatings die juist reageren op veranderende omgevingssituaties. De mogelijkheden zijn legio.

Gevaren onderzoeken

De keerzijde is dat veel nanodeeltjes bijzonder reactief zijn. Met name onoplosbare deeltjes, die niet langs natuurlijke weg worden afgebroken en zich in organismen en het milieu kunnen ophopen, kunnen mogelijk gezondheidsschade veroorzaken. De kans dat consumenten aan grote gevaren worden blootgesteld, is niet heel groot. Maar medewerkers die betrokken zijn bij de productie of verwerking van nanomaterialen kunnen wel degelijk blootstellingsrisico’s lopen.

Vrijwel alle nanomaterialen zijn nog maar kort geleden ontwikkeld zodat conventionele methoden voor risicobeoordeling mogelijk onvoldoende soelaas bieden. Universiteiten, kennisinstellingen en TNO werken daarom samen aan nieuwe, gevalideerde screeningsmodellen waarmee bedrijven snel duidelijkheid kunnen krijgen over milieu- en gezondheidsrisico’s. Die risico’s zijn een afgeleide van de intrinsieke toxiciteit van de deeltjes en de mate van blootstelling. Hoe groot de risico’s zijn, is lastig in te schatten.

Eén loket

TNO wil vanuit één loket een brug te slaan tussen de abstracte, soms nog ‘futuristische’ universitaire nanowetenschap en praktische en duurzame industriële toepassing. TNO kan deze rol vervullen en kennis over de ontwikkeling, verbetering, patentering en toepassing van bestaande en nieuwe nanomaterialen bundelen. Meer informatie hierover vindt u in het ‘position paper’ van TNO.

Bron:
TNO