
Van Cosmetica tot Coffee creamer
Bedoeld of onbedoeld, er zijn steeds meer producten op de markt die nanodeeltjes bevatten. ‘Nanotechnologie komt daardoor steeds dichter bij de consument’, constateerde Bart Combee, directeur van de Consumentenbond. ‘Tegelijkertijd is nanotechnologie voor diezelfde consument van een Harry Potter-achtige raadselachtigheid’.
De opmerkingen van Bart Combee vormden op 13 oktober 2010 de aftrap voor een levendig symposium annex Lagerhuisdebat over de invloed van nano op consumenten. Het was georganiseerd door de Consumentenbond met steun van Nanopodium. Een belangrijk thema, aldus Combee, zeker in het licht van de ervaringen rond het debat over genetisch gemodificeerde organismen. Ook wat nanotechnologie betreft lopen de meningen weer uiteen van ‘niet de moeite waard om je druk over te maken’ tot ‘er moet een moratorium komen op nanotechnologie tot alle risico’s bekend zijn’.
Een van de meer ‘gevoelige’ toepassingen is het gebruik van nanotechnologie in voedingsmiddelen. Volgens Frans Kampers van Wageningen UR worden die toepassingen gedreven door de grote uitdagingen waar de agrofoodsector voor staat. Om te beginnen is dat de voedselzekerheid.
Met een groeiende wereldbevolking en een groeiende welvaart dreigt er vooral een tekort te ontstaan aan dierlijke eiwitten. Nanotechnologie kan helpen bij het omzetten van andere (bacteriële, plantaardige) eiwitbronnen in volwaardige vleesvervangers. Andere uitdagingen zijn het verbeteren van de voedingswaarde en het vergroten van de voedselveiligheid.
Boven al deze potentiële toepassingen van nanotechnologie in de voeding hangt de donkere wolk van de maatschappelijke acceptatie. Volgens Kampers geldt dat elke technologie voedsel minder natuurlijk – en daarmee ook minder acceptabel - maakt voor de consument. Voor nanotechnologie komt daar nog bij dat we de eventuele risico’s nog onvoldoende kennen.
‘In de meeste gevallen zullen de risico’s klein of afwezig zijn’, denkt Kampers, ‘maar je moet wel bedacht blijven op onverwachte effecten. Zo kunnen nanocapsules met vitamine A die worden toegevoegd aan voedingsmiddelen, leiden tot kortstondige, hoge bloedwaarden.’
De tweede smaakmaker, Jacqueline van Engelen van het RIVM, ging wat dieper in op de vragen rondom de risico’s van nanodeeltjes, en vooral de beoordeling ervan. Van belang daarbij is het onderscheid tussen gevaar en risico. Een leeuw is gevaarlijk, maar als hij in een kooi is opgesloten is het risico betrekkelijk gering. De tralies voorkomen immers dat je aan het gevaar wordt blootgesteld.
Ook voor nanodeeltjes geldt dat, zelfs als ze gevaarlijk zijn, het risico vrijwel nihil is als je er niet aan wordt blootgesteld. Volgens Van Engelen neemt dat echter niet weg dat we de gevaren van nanodeeltjes in kaart moeten brengen om na te kunnen gaan waar die risico’s zitten.
Bij het beoordelen van de risico’s van nanotechnologie doemen wel de nodige vragen op. Van Engelen: ‘Kenmerkend voor nanodeeltjes is hun geringe grootte. Daaraan danken ze hun bijzondere eigenschappen. Dat betekent echter ook dat ze bijzondere effecten kunnen hebben in ons lichaam en in de natuur.’
Juist vanwege hun bijzondere eigenschappen is het de vraag is of de gangbare methoden wel voldoen om de effecten op de gezondheid en het milieu in kaart te brengen. Als voorbeeld noemt Van Engelen de dosismaat. ‘In toxicologisch onderzoek hanteren we de massa als dosismaat, maar misschien moet je bij nanodeeltjes wel kijken naar het aantal deeltjes of naar het oppervlak.’
Voor de blootstelling is van belang of je met nanodeeltjes te maken krijgt als producent (werknemer), gebruiker of via het milieu. Als ze in verf zitten zijn ze voor de gebruiker waarschijnlijk minder riskant dan voor de werknemer in de verfabriek. Een bijkomende vraag is of de nanodeeltjes door in het lichaam worden opgeslagen of meteen weer worden uitgescheiden.
Tijdens het Lagerhuisdebat dat volgde op de inleidingen van Kampers en Van Engelen werden de mogelijke risico’s van nanodeeltjes concreet gemaakt aan de hand van poedervormige ‘coffee creamer’. Deze bevat nanodeeltjes silica bevat als anti-klontermiddel. Dat geldt trouwens ook voor poedervormige soepen en sausen.
Volgens Henry Uitslag van de Consumentenbond illustreert de coffee creamer dat voedingsmiddelen wel degelijk nanodeeltjes bevatten. Volgens hem vormen ze een nog onbekend risico voor de gebruiker.
Geert de Rooij van de Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie (FNLI) was het daar absoluut niet mee eens. Volgens hem zijn de nanodeeltjes silica een ‘bijproduct’ van de verbeterde technieken om silica te malen. Ze zijn dus niet doelbewust toegevoegd. Bovendien zijn de risico’s verwaarloosbaar.
Het gebruik van nanodeeltjes in levensmiddelen, doelbewust of niet, roept de nodige vragen op, zo bleek tijdens het Lagerhuisdebat. Moet er bijvoorbeeld op het etiket staan dat er nanodeeltjes in zitten? Een flink deel van de aanwezigen meende van wel. De consument moet immers kunnen kiezen of hij zich al dan niet blootstelt aan de risico’s van nanodeeltjes, hoe klein ook.
Van de kant van de levensmiddelenindustrie werd er op gewezen dat consumenten wel wat vertrouwen mogen hebben in de regelgeving en de instanties die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van voedsel, zoals de Europese (EFSA) en nationale Voedsel- en Waren Autoriteit (VWA).
Bovendien, waarom zou je de consument lastig vallen met dat soort informatie? ‘We zetten toch ook niet op de verpakking dat het product is gemaakt met elektriciteit of stoom’, aldus een van de aanwezigen.
Een andere kwestie is of je de eventuele risico’s van nanodeeltjes moet hebben uitgesloten, voor je een product op de markt mag brengen. Daar werd tegenin gebracht dat een risicoloze samenleving niet bestaat. Je kunt wel alle risico’s willen vermijden, maar dat betekent dat er ook nooit meer iets nieuws ontwikkeld kan worden.
Weer anderen vonden dat het afhankelijk is van het maatschappelijk belang van de toepassing. Geurvrije sokken met als risico dat nanodeeltjes zilver zich in het milieu verspreiden hebben relatief gezien weinig maatschappelijk nut. Je kunt je sokken ook wat vaker wassen.
Als je echter met nanotechnologie de drinkwatervoorziening in de Derde Wereld kunt verbeteren, weegt het maatschappelijk nut op tegen de mogelijke risico’s. Althans tot op zekere hoogte.
Echte conclusies leverde het debat niet op. Of het zou moeten zijn dat je de Harry Potter-achtige raadselachtigheid van nanotechnologie het beste kunt bestrijden door de discussie zoveel mogelijk te richten op concrete zaken. Om bij het voorbeeld van het Lagerhuisdebat te blijven: Wat zijn de risico’s van nanodeeltjes in je koffie?
Verslag van het debat ‘Nano en de invloed op consumenten’ op 13 oktober 2010 door Joost van Kasteren.
Lees hier meer over het project Consument & Nanotechnologie.