
Vorm geven aan persoonlijk leiderschap!
Wat voor persoonlijk leiderschap is nodig om nanotechnologie in te zetten voor een betere wereld? De beamer trilt een beetje als Hein Dijksterhuis, directeur van Adviesbureau Cordes die vraag op het scherm projecteert. De ruim twintig deelnemers aan de Contrastenconferentie, die op 12 november 2010 werd gehouden in de Droomfabriek, wordt gevraagd om hun ‘smart subconscious’, hun slimme onderbewustzijn, aan te spreken om die vraag te beantwoorden.
Eerder heeft Dijksterhuis een filmpje laten zien waarin de tenor Placido Domingo het lied ‘No pude ser’ uit de Phantom of the Opera zingt in Rome. Opmerkelijk is het woordenloze samenspel tussen tenor en dirigent aan het slot van het nummer. Het lijkt wel alsof ze met elkaar communiceren op een niet-cognitief niveau. Een vorm van ‘presence’, van aanwezigheid, waarbij je samen in het hier en nu iets weet te realiseren.
Volgens de tweede inleider Erik Mandersloot van het Strategy Center Business van de Universiteit Nyenrode zijn veel maatschappelijke vraagstukken zo complex geworden, dat we er op de gangbare manier niet meer uitkomen. Die gangbare manier is dat je het complexe probleem ontrafelt in deelproblemen; die vervolgens oplost en weer samenvoegt. Vanwege de vele voor en achterwaartse koppelingen lukt dat in veel gevallen niet meer. Het is waarschijnlijk effectiever om te kijken naar het vraagstuk in zijn totaliteit en via intuïtieve samenwerking –zoals tenor en dirigent – te komen tot nieuwe inzichten en nieuwe oplossingen.
Die aanpak is door de Duitse econoom en bedrijfskundige Otto Scharmer (tegenwoordig werkzaam aan het fameuze MIT In Boston) uitgewerkt in de Theory U. Een manier van samenwerken tussen mensen van heel verschillende pluimage die het gangbare proces van onderhandelen tussen belangengroepen overstijgt. Niet samenwerken vanuit de loopgraven, maar samenwerken om een toekomst te ontwerpen. Een proces dat vraagt om persoonlijk leiderschap, dat wil zeggen de wil om een antwoord te geven op de vragen ‘waar sta ik?’ en ‘waar wil ik heen?’.
Omdat het formele leiderschap in onze samenleving diffuus is geworden, is er grote behoefte aan persoonlijk leiderschap, stelde Mandersloot. Ieder voor zich, als leek of als wetenschapper, moet zich afvragen hoe je nanotechnologie zou kunnen aanwenden voor een betere wereld. Volgens Sylvia Speller, lid van de Commissie Maatschappelijke Dialoog Nanotechnologie, hoogleraar en directeur van het Nanolab van de Radboud Universiteit in Nijmegen, kun je voor het beantwoorden van die vraag niet blindvaren op de autoriteit van de wetenschapper of de politicus, maar moet jezelf de verschillende argumenten wegen.
Na een inleiding van Huub Salemink, hoogleraar halfgeleider nanofotonica aan de TU Delft over nanotechnologie (zie kader) werden de deelnemers aan de Contrastenconferentie aan het werk gezet in groepen. Niet om op de klassieke manier met elkaar in discussie te gaan over de vraag welk persoonlijk leiderschap nodig is om nanotechnologie in te zetten voor een betere wereld. Maar door samen een sculptuur te maken in klei die het antwoord op die vraag verbeeldt.
Theory U is immers gebaseerd op het idee dat we niet alleen ons hoofd, maar ook ons hart en onze handen gebruiken om complexe vraagstukken te analyseren en op te lossen. De verwerkingssnelheid van het bewuste brein is ongeveer 65 bits per seconde, terwijl ons onderbewuste informatie verwerkt met een veelvoud daarvan, 1,2 bits per seconde. Door op een andere manier met de vraag om te gaan, namelijk met klei, kun je het enorme informatieverwerkend vermogen van je onderbewuste inschakelen.
Al kleiend kwamen verschillende inzichten rond leiderschap, nanotechnologie en een betere wereld boven drijven. De ‘ring van geweten’ bijvoorbeeld, een proces om te komen tot een breed gedragen visie over wat wel en niet moreel aanvaardbaar is. Of de constatering dat een visie niet alleen berust op zintuiglijke, maar ook op innerlijke ervaringen. En dat leiderschap een voortdurend balanceren is tussen ruimte geven en het begrenzen dan wel structureren van die ruimte. Een praktische constatering was dat nanotechnologie – of eigenlijk de bètawetenschap als geheel – een rolmodel ontbeert. Een Lady Gaga als ‘lens’, waardoor je de wereld waarneemt.
De bodem van de U in Theory U is een fase van reflectie; het laten bezinken van de indrukken alvorens te gaan werken aan een oplossing. Belangrijk daarbij is dat je je realiseert dat je een aantal hobbels moet overwinnen voor je samen aan een prototype kunt gaan werken. De hobbel van het snelle oordeel, bijvoorbeeld. Maar ook de hobbel van het cynisme en de hobbel van de angst dat het toch allemaal niks wordt.
Een wandeling rond het Radiostation Kootwijk – het hart van de Veluwe – waar de Contrastenconferentie werd gehouden, leende zich prima voor gewenste reflectie. Zij het dat de gedachten over leiderschap, nanotechnologie en een betere wereld moesten opboksen tegen een stevige noordwester die over de heide stond.
Via verbinden, observeren en reflecteren moet Theory U uiteindelijk leiden tot oplossingen – prototypes - als antwoord op complexe maatschappelijke problemen. Op de Contrastenconferentie werd de deelnemers gevraagd om groepsgewijs een advies te ontwikkelen voor een vervolg op de activiteiten van de Commissie Maatschappelijke Dialoog Nanotechnologie, die begin volgend jaar ophoudt te bestaan.
Een van de adviezen was het opzetten van een langlopende soap over een groep vlotte, moderne mensen, die in een Sectie Denktank nieuwe toepassingen voor nanotechnologie bedenken en ontwerpen, waarbij impliciet ook aandacht wordt gevraagd voor de maatschappelijke aspecten ervan. Op die manier zou nanotechnologie op een vanzelfsprekende manier deel uit gaan maken van het dagelijks leven.
Een ander advies was het opzetten van een reizend circus, vergelijkbaar met de Nano Supermarkt, dat op schoolpleinen en in bejaardenhuizen wordt opgezet om kinderen en bejaarden te informeren over nanotechnologie en de mogelijke gevolgen ervan voor individu en samenleving.
In lijn met het voorgaande lag het voorstel om de activiteiten en initiatieven die het afgelopen jaar in gang zijn gezet onder de paraplu van Nanopodium op enigerlei wijze te continueren en te versterken. Naast communicatie over nanotechnologie werd er ook gepleit voor meer ‘receptiviteit’ van de kant van nanotechnologen. Ze zouden meer open moeten staan, niet alleen voor de zorgen die in de samenleving bestaan, maar ook voor ideeën om met behulp van nanotechnologie de wereld een beetje beter te maken.
Als er al een conclusie getrokken kan worden uit de Contrastenconferentie dan zou die kunnen luiden dat er nog wat meer intuïtieve interactie zou mogen zijn over nanotechnologie tussen kunstenaars en wetenschappers en tussen wetenschappers en publiek. En dan bij voorkeur wat speelser dan we in Nederland gewend zijn. Zodat meer mensen dan tot nu toe in staat worden gesteld om hun persoonlijk leiderschap te ontwikkelen.
Verslag van de Contrastenconferentie op 12 november 2010 door Joost van Kasteren.
Lees hier meer over het project de Contrastenconferentie.