Verslag van het finaledebat 'I Know Nano' op 28 oktober 2010 met een quote van leerlingen van het Schondeln Lyceum uit Roermond:

‘Het gevaar bestaat dat nanotechnologische kennis in de gezondheidszorg leidt tot veroordelingen voor ziektes die zich nog niet hebben gemanifesteerd’.

‘Wilden we tot voor kort kijken hoe de met het blote oog onzichtbare wereld er uit zag, dan deden we dat met microscopen met lenzen. Daarmee reikten we tot de microschaal, maar hoe het er nog dieper, op het niveau van atomen uitzag, konden we er niet mee zien. De nieuwste microscopen, zoals de scanning tunneling microscope (STM),  gebruiken dan ook geen lenzen, maar werken op de tast. Ze scannen het oppervlak van materialen atoom voor atoom af. Aan de hand van de bergen en dalen daartussen, kunnen wetenschappers zo de nanoschaal visualiseren en zelfs aanpassen.’

Hier is geen hoogleraar materiaalwetenschappen of een nanotechnologie-expert aan het woord. Het is het begin van een presentatie van vijf leerlingen uit de bovenbouw van de Bernard Lievegoedschool uit Maastricht op de I Know Nano -slotdag. Vijf Limburgse scholen presenteren deze middag in het Bonnenfantenmuseum in Maastricht hun visies op nanotechnologie nadat ze zich op school een aantal weken intens in het onderwerp hebben verdiept. De drie weken durende module omvatte niet alleen de technische aspect van nanotechnologie, ook de ethische, juridische en esthetische kanten kwamen aan bod. Bovendien trainden de leerlingen intensief op debatten over het thema.

Kabinet
Elke school komt naar de middag met een stelling die ze moeten verdedigen tegenover de andere scholen, hun leraren en een jury bestaande uit experts, waaronder een ondernemer in nanotechnologie en een Limburgse gedeputeerde met nanotechnologie in haar portefeuille. De eventueel na het debat aangepaste stellingen leveren aanbevelingen op die mettertijd aan het kabinet zullen worden overhandigd. 

Het niveau tijdens het debat is de hele middag ongekend hoog, de leerlingen zijn duidelijk welingevoerd in het thema. Woorden als bloed-brein-barrière en celmembraandoorlaatbaarheid vliegen door de zaal. De scholieren proberen elkaar te overtuigen met nauwkeurige en diepgaande argumenten en de meeste kunnen de kansen en bedreigingen die zij zien in de nieuwe ontwikkelingen goed onderbouwen. Bovendien kennen ze de details van de verschillende nanotechnologiedisciplines. Zo stelt een leerling: ‘Voor het gebruik van nanodeeltjes voor bijvoorbeeld de productie van nanosokken of cosmetica geldt een heel ander risicoprofiel dan voor het gebruik van nanotechnologie in de materiaalwetenschappen, waar de techniek wordt aangewend voor het maken van de nieuwe stoffen en er helemaal geen nanodeeltjes vrijkomen,’. De kennis van de scholieren is een verademing naast de soms oppervlakkige debatten en tv-programma’s over nanotechnologie.

Zo gaat de presentatie van de Bernard Lievegoedschool vloeiend over van de STM naar uitleg over de nieuwe mogelijkheden die nanotechnologie brengt bij het opvangen van zonne-energie. De leerlingen leggen uit hoe zonnecellen goedkoper en CO2-neutraler geproduceerd kunnen worden door gebruik van titaandioxide als energieomzetter in plaats van het huidige silicium. Echt interessant wordt als de leerlingen hun stelling poneren. Volgens hen zijn de technieken die gebruikt worden voor nanotechnologie zo ingewikkeld en vergen ze zulke hoge investeringskosten, dat alleen een kleine groep er maar toegang tot heeft. Daardoor is de kans groot dat er monopolieposities ontstaan waardoor er afhankelijkheid optreedt van een kleine elite van mensen en bedrijven. De leerlingen adviseren dan ook om het gebruik van nanotechnologie te ontmoedigen.

Het past in de opvallende trend van de middag. Bijna alle adviezen van de scholieren ontraden, ontmoedigen of vragen in ieder geval terughoudendheid in het gebruik van nanotechnologie. Ze zijn oprecht angstig voor wat de techniek kan aanrichten. En niet uit een ‘onbekend maakt onbemind,’-houding, zoals vaak het geval is, maar door een gedegen studie van literatuur en lesmateriaal. Zo maakt het Bernadinus College uit Heerlen zich zorgen over het feit dat nanodeeltjes de celmembraan kunnen passeren en zo schade aan de mens kunnen doen of via het milieu kunnen accumuleren in de voedselketen. Leerlingen van het Roermondse Schondelnlyceum waarschuwen voor privacyaantasting omdat nanotechnologische kennis in de gezondheidszorg ‘kan leiden tot veroordeling voor ziektes die zich nog niet gemanifesteerd hebben.’

Conservatief
De negatieve inslag lijkt tegen het verkeerde been van de jury en vooral van de presentatrice te zijn. Ondanks dat die laatste tijdens de middag meerdere malen beweert toch echt neutraal te zijn, kan ze het niet laten de adviezen van de scholieren bij te sturen. Ze begint de middag zelfs met de opmerking: ‘Ik dacht de huidige generatie die van de vooruitgang en de durf was, maar wat zijn jullie een stelletje conservatieven.’  Ook de rest van de middag wil ze maar wat graag de leerlingen overtuigen van de kansen en mogelijkheden van nanotechnologie. Het lijkt alsof ze wil aansturen op een positiever advies dan de leerlingen eigenlijk willen geven.

Ze krijgt daarbij bijval van de jury. Zo houdt ondernemer Gosse Boxmeer de leerlingen van de Bernard Lievegoedschool voor dat met nanotechnologie vervaardigde zonnecellen ons juist minder afhankelijk maakt van de monopolieposities van de prijsopdrijvende olieproducerende landen, verenigd in de OPEC. Een geldig argument, waar veel voor te zeggen valt. De scholieren laten zich echter niet van de wijs brengen en houden knap stand in het debat: hun angst voor monopolieposities blijft.

Toch blijkt dat als het uiteindelijke advies op papier gezet wordt, het een afgezwakt versie van het origineel behelst. Commentaar hierover van de leerlingen wordt overlopen door de presentatrice. Hetzelfde geldt voor andere stellingen: ook die worden meer een gecombineerd advies van de jury en de presentatrice, dan van de leerlingen zelf. En dat is jammer, want zo wordt de stem van de jeugd, die zich daadwerkelijk zorgen maakt, weggemoffeld.

Neemt niet weg dat de leerlingen door de module goed gewapend met kennis over nanotechnologie de toekomst in gaan. Kennis de verder reikt dan de gemiddelde politicus, kennis die nodig zal zijn om later tot goed overwogen beslissingen te komen, kennis die nu nog niet gehoord wordt, maar die op langere termijn profijtelijk zal zijn. Conservatief of niet, als dit het gemiddelde kennisniveau van leerlingen is, dan komt het wel goed met de kenniseconomie. 

Verslag van het finaledebat ‘I Know Nano’ op 28 oktober 2010 door Hidde Boersma.

Reacties

Commenting is not available in this weblog entry.