Terry Doyle, senior vice-president Philips Research

Nanotechnologie krijgt pas betekenis als oplossing voor maatschappelijke problemen als er een wisselwerking is tussen onderzoek, bedrijfsleven en maatschappelijke instituties. Is die wisselwerking er niet, dan blijft het een oplossing op zoek naar een probleem.

‘Het is technisch heel uitdagend om steeds kleinere structuren te maken – van millimeter naar micrometer en nanometer – maar als technologische ontwikkeling niet is gekoppeld aan een streven om maatschappelijke problemen op te lossen, blijft het niet meer dan een leuk spelletje. De hele ontwikkeling van nanotechnologie begint met de vraag welke problemen je ermee wilt oplossen.’

‘Een belangrijke drijfveer voor de ontwikkeling van nanotechnologie was en is de halfgeleiderindustrie. Er is een voortdurende druk om steeds meer schakelingen op een vierkante centimeter te persen. Bedrijven, zoals ASML, komen iedere keer weer met nieuwe generaties apparatuur waarmee nog kleinere structuren kunnen worden gemaakt. De drijfveer is verminderen van kosten door schaalvergroting, maar dat is eindig. Op een gegeven moment zijn de investeringen zo groot dat je meer chips moet maken om de kosten terug te verdienen dan de markt aan kan, behalve bij geheugen en processor IC’s. Ik denk dat het streven naar steeds kleinere structuren in die sector eerder door economische dan door technische factoren zal worden afgeremd.’

‘In andere sectoren zal de ontwikkeling van nanotechnologie veel meer worden gedreven door de mate waarin de technologie kan bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke problemen. Niet alleen die van vandaag, maar vooral ook die van morgen. De vergrijzing bijvoorbeeld en het grotere beroep dat mensen als gevolg daarvan zullen doen op de gezondheidszorg, waar nanomedicine, en het beter begrijpen van cells en molecules, mogelijk een route biedt naar een gepersonaliseerde en efficientere behandeling. Maar ook de energievoorziening en de dreigende schaarste aan drinkwater. Grote maatschappelijke vraagstukken waarvoor nanotechnologie waarschijnlijk relevant is, zonder dat je nu al kunt zeggen dat er oplossingen zijn.’

‘Het is belangrijk om al in een vroeg stadium van ontwikkeling het gesprek aan te gaan over de vraag of en zo ja op welke manier nanotechnologie een oplossing kan bieden voor maatschappelijke problemen. Ook de risico’s van nanodeeltjes mogen niet onbesproken blijven. Dan denk ik vooral aan de mogelijke risico’s voor de gezondheid. Van belang daarbij is dat we vermoedens zoveel mogelijk proberen te staven met feiten. Pas dan kun je komen tot goede regelgeving indien nodig om kwetsbare groepen te beschermen.’

‘We moeten kortom het ene doen en het andere niet laten: samen onderzoeken welke mogelijkheden nanotechnologie kan bieden om maatschappelijke problemen op te lossen en tegelijkertijd onderzoeken wat de feitelijke risico’s zijn en hoe we kwetsbare groepen kunnen beschermen tegen gevolgen van nanodeeltjes.’

Reacties

Onderzoeken kosten geld dat maar een keer uitgegeven kan worden nadat het eerst voor dit specifieke doel werd vrijgemaakt.
Keuzes zijn dus van groot belang. Een probleem (met of zonder nanotechnologie) oplossen kost ook geld en tijd. Bepalen wat kan worden aangepakt betekent dat de problemen eerst geclassificeerd moeten worden. Hoe en wat in een classificatie is op zich weer een kwestie van keuzes.
Is voor verder nano_onderzoek financiering op dit moment onvoldoende dan zullen bedrijven die hier geld in steken van doorslaggevend belang worden.  Of de commercie het hierbij het alleen voor het zeggen krijgt is voor mij een vraag.
Ik veronderstel dat er ook nu nog keuzes mogelijk zijn wat de richting van het fundamenteel betreft.
Het begrip ” een oplossing op zoek naar een probleem” klinkt mij als een panacee in de oren. Wat ik me daarvan herinner is dat die tot nu toe nooit gevonden werd.

P_Noort op 24-01-2010

Al eeuwen hebben Indiase wijzen het over “groter dan het grootste en kleiner dan het kleinste”.

Er zijn chemische medicijnen en medicijnen uit de natuur. Zo is er nanotechnologie uit de natuur en geproduceerde nanoparticles in een product, bv tandpasta.
Natuurlijke middelen zijn meestal zonder bijwerkingen, chemische geneesmiddelen hebben vaak veel bijwerkingen. Daar moeten we alert op zijn ook bij nanotechnologie uit een productieproces.
Wie leest de informatie op deze website? De happy few. Het is dringend nodig de informatie over nanotechnologie in Jip en Janneke taal te brengen, en op een neutrale manier.

Miep Bos, spokeswoman of the European nanotech-fre op 25-01-2010

Reactie op de visie door Terry Doyle.

Nanotechnologie is een technologie die naar mijn idee gebaseerd is op ‘gewoon’ (bio)chemisch en natuurkundig onderzoek. Bijvoorbeeld onderzoek dat stamt van dertig jaar geleden, dat 15 jaar geleden saai was, is sinds 10 jaar nanotechnologie en innoverend. Dat klinkt raar en absurd. Maar wat het verschil maakt zijn de ideeen in de hoofden van de wetenschappers over het betreffende onderzoek en de mogelijkheden ervan. Nanotechnologie is een idee dat in hoofden zit (zoiets als een ideologie). De (bio)chemie etc. is nl. niet anders. Als we een deel van deze ideeen en de realistische mogelijkheden aan het gedachtengoed van de burger mee kunnen meegeven, dan kunnen toepassingen veelvuldig zijn. Voor zover ben ii het met Terry Doyle eens. Vergelijk het het de ontwikkeling van het computerbesturingssysteem Windows. In 1993 was het nog ‘nauwelijks iets’ en in 1995 door het gebruik van de muis (geen gedachte weliswaar) heeft het in 3 jaar de gehele wereld veroverd. De nanotechnologische muis(jes) zal voor het grote publiek bedacht moeten worden, maar deze zullen dichter bij onze manieren van dagelijks gebruik staan dan we ons nu kunnen voorstellen.
Bv. speciale deeltjes die medicijnen door ons lichaam zullen vervoeren naar kanker of tumor cellen. Deze deeltjes kunnen ‘gewoon’ onze lichaamseigen lipoproteinen zijn zoals het ‘slechte’ cholesterol LDL of het ‘goede’ cholesterol HDL. Aan deze deeltjes werd al in de jaren 60 gewerkt en is in de jaren 80 de nobelprijs ‘al’ gegeven.

Ik ben overigens wel voor een gedegen afweging of beslissing door een panel alvorens gebruik wordt toegestaan. Want onze menselijke logica past slecht in die van de natuur (vandaar dat we experimenten moeten doen om er achter te komen hoe de natuur/biologie of natuurkunde in elkaar steekt).

Kees Rodenburg op 19-03-2010

Dit is een zó algemeen, abstract en afstandelijk verhaal dat het nietszeggend is. Dezelfde boodschap kan op iedere technologie, om het even welke, geplakt worden. Aan deze nanovisie ontbreekt het aan visie.

Bovendien is het vanuit de realiteit beschouwd prietpraat: nanotechnologie wordt al toegepast, is al op de markt, zonder dat er voldoende kennis van is en de risico’s grotendeels onbekend zijn (zelfs de testen hierop moeten nog ontwikkeld worden).

Dit type verhaal is dodelijk voor een maatschappelijke discussie, omdat het niet alleen geen discussie oproept, maar deze zelfs bij voorbaat uit de weg gaat.

E. Westerhout op 04-05-2010

Veel ontdekkingen komen tot stand na gericht onderzoek als er redelijk onderbouwde ideeën zijn geformuleerd over een oplossingsrichting voor een of andere probleem of door toeval (bij onderzoek). Deze ontdekkingen gaan vervolgens deel uitmaken van ons kennisveld. Die kennis wordt gedeeld op universiteiten en andere wetenschappelijke instituten en als zo vaak brengt dat andere wetenschappers, die overigens werkzaam kunnen zijn op andere terreinen van wetenschap, op ideeën die van belang zijn voor hun eigen terrein.
Ik geloof niet dat het mogelijk is onderzoek gericht op de oplossing van bepaalde “nog onbenoemde” maatschappelijke problemen te sturen.
Er zal aandacht moeten zijn voor kennisoverdracht en vervolgens vertrouwen in de vindingrijkheid van mensen.

Gerrit Koelewijn op 08-06-2010

Ik ben het van harte eens met Terry Doyle. Het is m.i. van groot belang dat belanghebbende maatschappelijke organisaties meedenken over de vraag welke ontwikkelingen gewenst dan wel ongewenst zijn voor de samenleving van morgen. Temeer omdat nano-onderzoekers te pas en te onpas schermen met de te verwachten grote voordelen voor consumenten, voor gezondheid en voor de duurzame samenleving. Inhoudelijk zijn dat tot dusver vooral losse flodders. Tot nog toe zijn de milieuorganisaties nadrukkelijk afwezig in het maatschappelijk debat over de bijdrage van nano aan de oplossing van de belangrijke milieuproblemen van deze tijd. Voor zover zij participeren gaat het over de risico’s. Wat wij weten over deze risico’s gaat vooral over de effecten van onoplosbare nanodeeltjes op de menselijke gezondheid. Wij weten veel minder over ecologische effecten en we weten helemaal niets over mogelijke tweede en derde orde effecten, die kunnen voortkomen uit de proliferatie van succesvolle nano-applicaties. De risicodiscussie is vernauwd tot de effecten van nanodeeltjes en hoe de uitstoot en blootstelling te reduceren. Terecht heerst bij de aanbodzijde bezorgdheid over het ontstaan van anti-nano sentimenten in de samenleving. Als milieuorganisaties en andere maatschappelijke organisaties in staat gesteld worden om mee te praten over gewenste ontwikkelingen kunnen zij zelf ook een betere afweging maken tussen voor- en nadelen. Ook kunnen zij vanuit hun deskundigheid constructieve bijdragen leveren aan innovatieve oplossingen voor een duurzame samenleving. Anders dreigt de discussie beperkt te blijven tot een onderonsje tussen wetenschappers, bedrijven en beleidsmakers, hoogstens opgeluisterd met burgerpanels, enquêtes en discussiefora, bemand door mensen zonder achterban, die zelf geen enkel maatschappelijk belang vertegenwoordigen. De nonprofit organisaties moeten meedenken en meepraten. Zo niet, dan kunnen de aanbieders de effectiviteit en de impact van wat zij ontwikkelen niet goed genoeg inschatten en wordt het maatschappelijk debat onnodig gepolariseerd. Ik heb al vaker gezegd dat NGO’s niet vanzelfsprekend deskundigheid verwerven over de ins en outs van nieuwe technologie. Hun middelen zijn beperkt en in overgrote mate projectgebonden. Het is jammer dat de CMDN zijn middelen niet aangewend heeft om een constructief debat met non profit organisaties te stimuleren. Maar er kan ook gepraat worden na het Maatschappelijk Debat, dat lijkt mij zelfs heel wenselijk.

Maureen Butter op 17-06-2010

Ik vind het hoogst interessant en plezierig om op deze noodgewongen oppervlakkige wijze in aanraking te worden gebracht met wetenschappelijke ontwikkelingen die kenmerkend zijn voor onze tijd en die daarin een grote rol spelen of zullen gaan spelen.
(Mijn reactie hoeft niet zo nodig te worden geplaatst!)

H.M.C.Wertheim (Mw) op 01-08-2010

wat me het eerst trof bij deze visie is dat een woordvoerder van Philips een lans breekt voor het inspelen op maatschappelijke problemen. Philips, een electronicagigant, haalt net als andere bedrijven een groot deel van zijn omzet en winst uit het scheppen van behoeften. als die er eenmaal is, dan kan eventueel het niet kunnen voldoen aan ‘meer en beter’ een soort maatschappelijk probleem worden. nano in de halfgeleiderindustrie geeft meer geheugencapaciteit, meer gadgets, snellere communicatie, meer toepassingsgebeiden. maar als dit inderdaad het toekomstige beleid van het Philips concern wordt, dan is dat prijzenswaardig. vergrijzing of zorg in het algemeen, water en duurzame energie zijn echte maatschappelijke problemen, naast bijvoorbeeld een eerlijke verdeling van kennis tussen noord en zuid (de nano-divide)en vooral de ontwikkeling van een nano-ethiek. ik kijk uit naar een maatschappelijk debat over de research-onderwerpen bij Philips Research.

reinbrand visman op 26-08-2010

Commenting is not available in this weblog entry.