Nanovisie van Paul Borm, lector Life Sciences aan de hogeschool Zuyd, lid van de Commissie Maatschappelijke Dialoog Nanotechnologie:

‘We denken de hele tijd maar dat nanotechnologie een nieuwe technologie is, maar eigenlijk gaat het om een versnelling en verbetering van bestaande producten en kennis.’

Ik denk dat nanotechnologie een hoop vernieuwing zal brengen in de komende paar jaar. Bijna teveel om op te noemen. Maar het meeste verwacht ik in de Life Sciences sector. Met behulp van nanotechnologie zal het ons lukken om ziektes steeds vroeger op te sporen. Vooral bij vroege diagnose van ziekten zoals borst- en prostaatkanker valt veel te winnen, op dat soort gebieden moeten we inzetten.

Nederland is immers maar een klein landje. We zijn goed in nanotechnologie, maar we kunnen niet in alle sectoren uitblinken waar nanotechnologie een rol gaat spelen. We moeten keuzes maken: waar kunnen we zo veel mogelijk impact behalen? In mijn ogen is de moleculaire diagnostiek één van die keuzes met grote potentie. Ook duurzame energie zie ik als een veld met grote kansen voor de nanotechnologie. Fossiele brandstoffen zijn eindig, dus ik zeg: ga naar de zon!  Tot slot is de elektronicasector nog een belangrijke. Ik ben zelf niet zo’n chip-man, maar hier wordt al veel nanotechnologie succesvol toegepast en ik sluit me daar volledig bij aan.

In ons enthousiasme moeten we natuurlijk wel alert blijven op gevaren. Maar zeggen dat ‘nanotechnologie eerst veilig moet zijn’ is een tegenstelling op zich. We zeiden rond de plastic revolutie toch ook niet ‘alle scheikunde moet veilig zijn’? Dat is ondoenlijk: de veiligheid verschilt van geval tot geval en wordt bepaald door de kans op blootstelling aan gevaarlijke componenten. Toelating van de meeste, nieuwe producten en chemicaliën in de EU is goed geregeld en behoeft alleen in uitzonderingen aanpassing. Zo moeten we in Nederland voor geneesmiddelen voldoen aan de strikte eisen van Europa, dus is extra regelgeving eerder een rem dan een stimulans voor nieuwe mogelijkheden.

Daarnaast is ook een respectabel deel (15 %) van de subsidies voor nanotechnologie bedoeld voor veiligheidsonderzoek. Maar daar is iets geks aan de hand. Traditioneel testen de bedenkers van een product ook de veiligheid ervan. Bij bedrijven is dat geen probleem, want die blijven verantwoordelijk voor de impact van hun product, ook als het al op de markt is. Ze zorgen dus wel dat het veilig is.
Het meeste onderzoeksgeld in Nederland gaat naar instituten en universiteiten, die steeds maatschappelijker, productgerichter gaan denken. Maar onderzoekers dragen geen verantwoordelijkheid voor de gevolgen van hun product. Dat kan ook niet, dat zou fundamenteel onderzoek onmogelijk maken. Maar ik denk dat we de slager niet zijn eigen vlees moeten laten keuren, zonder consequenties. Wellicht is het tijd om externe experts in te zetten bij de keuzes van applicaties en het ontwerpen van testmethoden. Dan kunnen we allemaal op een veilige manier profiteren van de wonderen van nanotechnologie.?

De nanovisie van Paul Borm is opgetekend door Bo Blanckenburg tijdens de Afsluitende bijeenkomst “Nanodiscussie Online” op 13 juni 2010.

Reacties

Commenting is not available in this weblog entry.