Verslag van het slotdebat Nanokaravaan op 15 juni 2010 met een quote van Marga Jacobs, voorzitter Stichting Leefmilieu:

‘We kunnen de concentratie van nanodeeltjes in de lucht nu nog niet eens bepalen. Het potentiële gevaar is dus niet te meten.’

Aan de zevendelige debatserie over nanotechnologie, de Nanokaravaan, komt op 15 juni een einde met een slotdebat in Utrecht. Deze keer gaan een voor- en tegenstander van de nieuwe technologie in discussie met een politica. Het publiek bestaat vooral uit ingewijden. Of de serie zijn doel heeft bereikt is dan ook de vraag.

“De bezoekers van de Nanokaravaan debatavonden zijn gemiddeld genomen erg positief over nanotechnologie, ze geven het een vier op een schaal van één tot vijf,? zegt Anne Dijkstra, onderzoeker publieke participatie en nanotechnologie aan de Universiteit Twente. Daarmee vat ze in één zin het probleem van de debatserie samen: het publiek bestaat uit hoogopgeleide, geïnteresseerde mensen, veelal met een wetenschappelijk achtergrond die gemiddeld genomen goed ingelezen zijn in het onderwerp nanotechnologie, terwijl het doel van de karavaan juist het minder geïnformeerde publiek bij de discussie te betrekken. Het slotdebat van de Nanokaravaan op 15 juni 2010 in het Utrechtse debatcentrum Tumult is dan ook vooral een incrowd exercitie langs gebaande paden.

Dat blijkt al voor aanvang van het debat. Veel mensen kennen elkaar, handen worden geschud. De wetenschappelijke wereld in Nederland is klein, en dit zijn de avonden waar iedereen elkaar treft. Na een korte video-intro over wat nanotechnologie precies inhoud, zet Dijkstra kort de resultaten van haar onderzoek naar de Nanokaravaan uiteen. Naast de conclusie dat het publiek alles behalve een doorsnee van de bevolking is en erg positief tegenover nanotechnologie staat, valt volgens Dijkstra vooral op dat het debat nog geen polarisatie kent zoals dat het geval was bij biotechnologie. Dat komt mede doordat de burger vroeg bij dit onderwerp betrokken wordt. Essentieel is wel dat de betrokkenheid ook leidt tot invloed, zo stelt ze, anders is er alsnog kans op polarisatie. Het hoofdgerecht van de avond is een nanodebat onder leiding van wetenschapsjournalist Marcel Hulspas over door het publiek gekozen stellingen. Vooral de eerste stelling - ‘zolang de risico’s nog niet bekend zijn, mag nanotechnologie niet worden toegepast’ - levert veel discussie op. Zoveel, dat stelling twee en drie in een kwartier behandeld moeten worden. Vooral SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen en Marga Jacobs, voorzitter van Stichting Leefmilieu, een organisatie die de introductie van nanotechnologie kritisch volgt, liggen regelmatig met elkaar in de clinch en lijken elkaar vaak niet te willen of kunnen begrijpen.

De derde debater, Dave Blank, directeur van Mesa+, een groot nanotechnologie-instituut van de TU Twente, is verreweg het meest aan het woord en is uitgesproken voorstander en fan van nanotechnologie. “Hij doet net alsof er nauwelijks kans is dat er wat mis gaat,? zegt een natuurkundige die anoniem wil blijven na afloop van het debat. “Terwijl er, mocht het misgaan, wel ontzettend veel slachtoffers kunnen vallen.?

Botsen | Blank begint met de eerste stelling te nuanceren. “Er zit een duidelijk verschil tussen nanodeeltjes en nanotechnologie die ingezet wordt om bijvoorbeeld coatings te maken,? zegt hij. “Vanuit Mesa+ zijn nu veertig spin-off bedrijfjes ontstaan, waarvan het gros nieuwe materialen maakt door op een specifieke manier atomen op elkaar te stapelen. Je gebruikt nanotechnologie zo om macrostructuren te maken, daar zit weinig gevaar in. Je moet, net als van elke andere nieuwe stof, alleen kijken hoe het zich in de natuur gedraagt. Van de kleine nanodeeltjes daarentegen weten we nog niet hoe ze zich gedragen, bijvoorbeeld in ons lichaam. Daar moeten we dan ook veel onderzoek naar doen.?

Jacobs van Stichting Leefmilieu beaamt dat. “We kunnen de concentratie van nanodeeltjes in de lucht nu nog niet eens bepalen,? stelt ze. “Het potentiële gevaar is dus niet te meten.? Volgens Gesthuizen is het echter wel mogelijk. Wie er nu gelijk heeft blijft onduidelijk voor het publiek. Gesthuizen stelt voorts dat het sowieso niet zo nodig is om een harde knip te maken tussen beleid aangaande nanodeeltjes en iets grotere deeltjes, omdat veel effecten hetzelfde zijn. Hiermee lijkt ze voorbij te gaan aan het feit dat juist op nanoschaal stoffen nieuwe eigenschappen kunnen.

Jacobs en Gesthuizen botsen vervolgens ook over de vraag of op de verpakking van voedingsmiddelen moet staan of het iets bevat dat is vervaardigd met nanotechnologie. Jacobs beweert dat er al voedingsmiddelen op de markt waarin nanotechnologie verwerkt is. Volgens Gesthuizen is dat onmogelijk, omdat dat in strijd zou zijn met Europese richtlijnen. Beide halen het Rathenau Instituut aan als bron en wederom wordt niet duidelijk wie het gelijk aan haar zijde heeft. Van Gesthuizen hoeft bovendien nanotechnologie niet op de verpakking te staan. “Als iets in Nederland in de schappen komt is het veilig,? stelt ze. Wanneer Jacobs echter naar de wet- en regelgeving vraagt, moet de SP-politica bekennen dat die nog in de maak is.

Waar voor stelling 1 bijna een uur uitgetrokken is, moeten de andere twee in een kwartier behandeld worden. Over de tweede – ‘wetenschappers kunnen de onderbuikgevoelens van de burger niet negeren’ – zijn ze eensgezind: zonder draagvlak geen succes van welke nieuwe technologie dan ook. “Risico’s moeten we onder geen beding toedekken, openheid is cruciaal,? zegt Blank. “De burger en de politiek moeten geïnformeerd worden over wat er speelt.? Daarop aansluitend is ook de laatste stelling – ‘de overheid heeft de plicht een hetze tegen nanotechnologie te voorkomen’ – een formaliteit. De overheid heeft de plicht de burger goed en genuanceerd te informeren, vinden ze alle drie. Eenzijdige informatie wekt argwaan. Als er een hetze voorkomen moet worden, dan zijn er in een eerder traject al fouten gemaakt.

Vanwege het tijdgebrek is er geen tijd voor vragen van het publiek, dat nu een beetje verdwaasd achterblijft. “Ondanks dat het vooral incrowd is, denk ik toch dat de debatten nuttig zijn,? zegt Rineke van Doorn, biochemicus van huis uit. “Ik ben bijvoorbeeld voorzitter van de Nederlandse Vrouwenraad. Die organiseren jaarlijks een congres waar elke keer zo’n 250 vrouwen op af komen. Daar kan ik nanotechnologie op de agenda zetten. Zo sijpelt het toch de maatschappij binnen.?

Ook Erika Buitenhuis en Rebecca Schouten van de Hartstichting denken dat zo’n debat zijn waarde heeft. “Het is vooral goed dat dit debat zo vroeg in het ontwikkelingsproces van nanotechnologie gehouden wordt,? vinden ze beide. “Ik zou echter wel graag willen weten wat beleidsmakers en wetenschappers nu gaan doen met alles wat deze debatten hebben opgeleverd. Dat is vandaag nog onduidelijk gebleven.?

Verslag van het slotdebat “Nanokaravaan” op 15 juni 2010 door Hidde Boersma.

Reacties

Ik vind dit stuk kort door de bocht. Allereerst is het niet de visie van Marga Jacobs, zoals de kop suggereert, maar van journalist Hidde Boersma. Verder was het debat in Tumult geen afspiegeling van de lokale avonden die in de vijf deelnemende science cafés zijn gehouden. Bij Tumult kon het publiek niet mee discussiëren, terwijl dat bij de science cafés nu juist en zelfs uitvoerig gebeurde. Achteraf bleek dat ook bij Tumult een aantal kritische mensen in de zaal zat, dat echter niet aan bod kon komen. Tijdens de avonden van de science cafe’s bleek dat het opgekomen publiek gemiddeld goed opgeleid was en wel wat van het onderwerp wist, maar veelal ook kritisch ingesteld. Er is tijdens alle avonden uitvoerig gesproken over risico’s en onzekerheden. Eigenlijk was het opvallend dat de bezoekers aan die avonden desondanks positief over nanotechnologie bleven. Dat komt volgens mij op z’n minst juist omdat er zo openhartig over onzekerheden gesproken kon worden. De boodschap aan de onderzoekers was dan ook helder: blijf ons informeren over wat jullie doen en besteed ruim aandacht aan onzekerheden. De dialoog moet dan ook zeker worden voortgezet en niet hier eindigen.

huub eggen op 19-07-2010

Commenting is not available in this weblog entry.