Verslag van het slotsymposium Nano LinX op 15 juni 2010 met een reactie van de VWO-leerlingen:

‘Zolang het door mensen gemaakt is die voldoende verstand van zaken hebben zit het goed.’

De Rijksuniversiteit Groningen liet VWO-leerlingen kennismaken met nanotechnologie. Ze tonen een groot vertrouwen in de technologie. Over de risico’s maken ze zich nauwelijks druk. “Zolang het door mensen gemaakt is die voldoende verstand van zaken hebben zit het goed.?

“Toen ik vanochtend wakker werd had ik een beetje last van mijn rug. Eens even kijken.” De acteur voor in de zaal drukt op de knop van zijn laptop. Ruim dertig VWO-leerlingen van verschillende scholen in Groningen kijken toe vanuit de collegebanken. Ze zijn op het scholierensymposium Nano LinX. De acteur fronst zijn wenkbrauwen. “Oh, een hernia.”

Het is ongeveer 2030, tenminste in de scène die de theatergroep speelt. Twee andere acteurs staan als bevroren, nadat ze net dezelfde scène in onze tijd hebben gespeeld: met vage rugklachten heeft een dame zich gemeld bij haar huisarts. “Misschien wel een hernia?, zegt die. Een MRI scan kan dat drie weken later pas bevestigen, tot die tijd is voorzichtigheid noodzakelijk.

“Wie is er beter in staat te beslissen wat het beste voor hem of haar is?” Debatleider Bart kijkt zijn publiek indringend aan. “Die man met de computer, die is geruster op zijn zaak,” antwoordt een jongen. “Maar dan moet hij wel vertrouwen op de chip in zijn lichaam en de verwerking van de informatie?, reageert een ander. “Wie vertrouwt dit apparaat in 2030?” vraagt Bart. De meeste armen gaan de lucht in. Een paar toehoorders twijfelen. “Bij het maken van de apparatuur en de software kunnen er wel fouten zijn gemaakt. Dat is immers mensenwerk.”

Het is een van de scènes die tijdens het debat op deze middag in Groningen worden besproken. In totaal zestig scholieren worden vandaag ingewijd in de grootse wereld van de nanotechnologie, die op het punt staat ons leven ingrijpend te gaan veranderen. “Het is net zoals toen de eerste auto werd ontworpen, of we als mensheid voor het eerst gingen vliegen”, zegt hoogleraar chemie Ben Feringa van de Rijksuniversiteit Groningen tijdens zijn lezing eerder op de dag, “we hebben nog geen idee waar het heen gaat.” Feringa geeft een algemene inleiding op het onderwerp. “Nanotechnologie werkt op zo’n kleine schaal, dat je met de techniek 250.000.000 letters kwijt kunt op de dwarsdoorsnede van een menselijk haar. Dat zijn duizend boeken van tweehonderd pagina’s. “Wow,” klinkt er uit de zaal.

De technieken om te bouwen op nanoschaal hebben we nog maar tien jaar onder de knie, maar nanotechnologie is al heel oud, benadrukt Feringa. “Alles wat in onze cellen plaatsvindt, van het aflezen van DNA tot het vouwen en transporteren van eiwitten, gebeurt op nanoschaal.” Al die eiwitten weten precies hoe ze zich moeten vouwen en waar ze heen moeten, omdat de instructies daarvoor in hun structuur zijn opgeslagen. Dat principe gebruikt Feringa ook om de moleculen die hij bouwt te laten vormen zoals en doen wat hij wil, self assemblage heet dat.

In zijn lab bouwde Feringa kort geleden nanomotortjes, die zich met behulp van een rotor op energie uit licht kunnen voortbewegen. Hij heeft het al voor elkaar gekregen een microdeeltje in beweging te krijgen. Feringa droomt van geavanceerde motortjes die zelfstandig opererende robotjes aandrijven door de bloedbaan op zoek naar defecten. Maar hij beseft ook wel dat die toepassing nog ver weg is. “Jullie, scholieren, zullen degenen zijn die alle dromen waar gaan maken straks. “

Feringa’s collega Petra Rudolf, borduurt voort op zijn verhaal. Feringa ging vooral in op de bottom up-aanpak – bouwen met moleculen. Rudolf bespreekt de topdown methode, die vergelijkbaar is met wat een beeldhouwer doet: steeds meer wegbikken van een groot object tot hij overhoudt wat hij nodig heeft. “Nanomaterialen hebben vaak heel andere eigenschappen dan dezelfde materialen in het groot. Nano-goud is bijvoorbeeld niet geelachtig, maar rood.” Dat komt doordat de eigenschappen van materiaal zijn bepaald door de manier waarop de atomen gerangschikt zijn in het materiaal. En veel eigenschappen worden door het oppervlak bepaald. Nanomaterialen hebben een relatief groot oppervlak, omdat bij een afnemende grootte van deeltjes per definitie het relatieve oppervlak toeneemt. Rudolf is gespecialiseerd in die nano-oppervlakken. Zij probeert die oppervlakken zo aan te passen dat ze bijvoorbeeld supergeleidend worden, waardoor ze extreem efficiënt stroom geleiden.

Terug bij het debat. De casus ‘innerlijke dokter’ wordt gevolgd door een ‘grote onderdelenshow’ waarbij deelnemers de keuze krijgen een lichaamsdeel van de ander te laten pimpen. De scholieren steken fanatiek hun armen omhoog en debatteren gedreven over de stellingen die op hen afgevuurd worden. Ze schromen niet hun eindeloze vertrouwen in de technologie daarbij flink tentoon te spreiden. “Als er mensen met voldoende verstand van zaken aan gewerkt hebben, moet je op technologie kunnen vertrouwen,” zegt een van de leerlingen. Om hem heen knikkende hoofden. Ethisch zijn ze iets terughoudender. Een meerderheid van de leerlingen vindt het niet oké om nanotechnologie te gaan gebruiken om ‘normale mensen nog beter te maken’. “Waar ligt dan nog de grens??.

Als het gaat om de verdeling van goederen die voortkomen uit nanotechnologie zijn ze een stuk pragmatischer: het is niet te voorkomen dat bepaalde groepen eerder en meer profiteren. Dat feit moet je niet weerhouden de innovaties mogelijk te maken. Ook wat betreft duurzame energie en innovatie denken de jongeren genuanceerd: “Er ontstaat een tekort aan olie, dus we moeten alternatieve energiebronnen ontwikkelen. Over kernenergie als optie is de zaal verdeeld. Minder energie verbruiken door weer natuurlijker te gaan leven lijkt voor haast geen enkele leerling nog een optie. Techno-native als ze zijn kunnen ze zich geen wereld meer zonder moderne snufjes meer voorstellen. “Natuurlijk leven? Dan moet ik zeker dertig kilometer fietsen om te kijken of mijn vriendin thuis is.”

Wat dat betreft zijn de scholieren realistisch: er is geen weg terug nu we de route van de hightech volgen. Duurzame oplossingen die de natuur sparen zijn altijd een optie, maar zullen het niet winnen, denken ze. “Bedrijven zullen toch zoeken naar toepassingen die commercieel zijn. En dan zullen mensen eerder vragen om een tv in hun binnenzak dan een natuursparende zonnecel. Uiteindelijk bepaalt iedereen zelf waarvoor hij geld wil betalen.”

Verslag van het Slotsyposium Nano LinX op 15 juni 2010 door Jop de Vrieze.

Reacties

Commenting is not available in this weblog entry.